zuiden

Vertalingen

zuiden

Südensouthsud, midiجَنُوبُjihsydνότοςsureteläjugsud남쪽sørlig delpołudniesulюгsöderภาคใต้güneyphương namדרום (ˈzœydə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
noorden richting waar overdag om twaalf uur de zon staat zuidenwind