zucht

Vertalingen

zucht

Begehr, Drang, Jammer, Lust, Sehnen, Sehnsucht, Stimmung, Tendenz, Wunsch, Begierde, Seufzersigh, desire, longing, tendency, want, wish, addictiondésir, plainte, souhait, soif, soupirmania, suspiroتَنَهُّدpovzdechsukαναστεναγμόςhuokausuzdahsospiroため息한숨sukkwestchnieniesuspiroвздохsuckการถอนหายใจiç çekmetiếng thở dài叹息声 (zʏxt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
hoorbare uitademing een diepe zucht slaken
tevreden dat iets voorbij is, of dat iets onaangenaams niet zal gebeuren