zout


Zoekopdrachten gerelateerd aan zout: zouten
Thesaurus

zout:

zoutig
Vertalingen

zout

(zɑut)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
witte korrels die je eten een pittige smaak geven een beetje zout op je gekookte eitje strooien vergeten om zout bij de aardappels te doen

zout

Salz, salzig, salzen, salzartigsalty, saltsel, saléαλμυρός, αλάτιsal, salino, saladosłony, słona, słone, sóltuzlu, tuzсолонийsal, salgadoсоль, соленыйsalato, saleمِلْح, مـُمَلِّحslaný, sůlsaltsuola, suolainenslan, sol塩, 塩気のある소금, 짠saltsaltเกลือ, ซึ่งมีรสเค็มmặn, muối, 多盐的מלחСол (zɑut)
bijvoeglijk naamwoord
met de smaak van zeewater zoute haring zoute drop De soep is zout.