zuigen

(doorverwezen van zoog)
Vertalingen

zuigen

saugen, lutschensucksucer, téter, absorber, aspirer, passer à l'aspirateursucchiareيَرْضَعsátsutteρουφώchuparimeäsisati吸う입으로 빨다sugepossaćsugarсосатьsugaดูดemmekmút吮吸 (ˈzœyxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zoog , voltooid deelwoord heeft gezogen
1. door onderdruk naar je toe trekken Dit pompje zuigt al het vocht weg. De baby zoog wel aan de speen, maar er kwam niks uit.
2. in je mond nemen zonder te kauwen zuigen op een lolly
3. stofzuigen de slaapkamers zuigen