zonde

Vertalingen

zonde

(ˈzɔndə)
zelfstandig naamwoord meervoud -n, -s
overtreding van een (geloofs)regel een zonde begaan iemand zijn zonden vergeven je zonden opbiechten

zonde

Sündesin, transgression, pitypéché, mal, dommage!, vice, iniquitéαμαρτίαpecadoгрехخَطِيئَةhříchsyndsyntigrijehpeccatosyndgrzechpecadosyndบาปgünahtội lỗi罪孽 (ˈzɔndə)
bijvoeglijk naamwoord
erg jammer Zonde van die mooie vaas. Niet weggooien! Dat is zonde!