zojuist

Thesaurus

zojuist:

zo
Vertalingen

zojuist

soeben, eben, gerade, justjust, justnowjustement, à l'instant, précédemment, justeلِتَوِّهِprávěligeμόλιςapenas, Reciénjuuriupravoappenaたった今방금barewłaśnieexatamente, apenasтолькоrättvisเพิ่งhenüzmới vừa正好 (zoˈjœyst)
bijwoord
net voor dit moment Hij heeft me zojuist gebeld.