zoenen

(doorverwezen van zoende)
Vertalingen

zoenen

küssenkissbaiser, embrasser, (s')embrasser, bécoterbaciano, bacio (ˈzunə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zoende , voltooid deelwoord heeft gezoend
een of meer zoenen geven Hij zoende haar op de mond. Ze kreeg bloemen en werd gezoend door haar collega’s.