zo

Vertalingen

zo

(zo)
bijwoord
1. <met dit woord verwijs je naar iets of iemand uit de context> Je moet je racket zo vasthouden. Is het zo dat jullie elkaar in de trein ontmoet hebben? Met zo iemand wil ik niets te maken hebben. Het is niet zo warm als gisteren. Heb je een pen of zo? Het programma gaat over opvoeding en zo. Probeer zo vroeg mogelijk te komen. zo snel als je kunt
bijna helemaal Ik ben zo goed als doof.
2. in hoge mate Ik ben zo moe!
3. in of over een korte tijd De loodgieter was zo klaar. Ik kom zo.

zo

(zo)
voegwoord
1. <dit woord gebruik je om de overeenkomst aan te geven tussen dingen die je vergelijkt> Zo vader, zo dochter. Zo goed als ik me gisteren voelde, zo slecht voel ik me vandaag.
2. indien, als Bent u kostwinner? Zo ja, ga naar vraag 3, zo nee, vul hieronder de naam van de kostwinner in. Zijn nieuwste film is zo mogelijk nog slechter. Het zal weken, zo niet maanden duren voor het af is.
als het nodig is Ik zal het lezen en zo nodig corrigeren.

zo

so, alsbald, auf die Weise, derartige, derartiger, derartiges, ebenso, ebensosehr, ebensoviel, flugs, gleich, insofern, sofern, sofort, sogleich, solche, solcher, solches, sosehr, soviel, soweit, umgehend, sonstso, thus, as, atonce, immediately, inthatway, inthismanner, inthisway, just, likethat, likethis, rightaway, rightnow, such, sucha, that, thatkindof, thatmuch, thatway, thiswayainsi, si, tellement, aussi, comme, immédiatement, aussitôt, autant, comme cela, d'abord, de cette manière, sitôt, tant, tel, tout de suite, bien!, bientôt, comme ça, tiens!, illicoέτσι, το, τόσοجِدّاً, كَذَلِكَtakså, sådantambién, lo mismo, tanniintakocosìそんなに, とても그와 같이, 너무나tak, takiisso, tãoнастолько, такเช่นนั้น, มากçok, öylesineđến mức, quá这样, 非常的 (zo)
tussenwerpsel
<woord waarmee je laat merken verrast of verbaasd te zijn> Zo, dat ziet er goed uit! Goed zo!