zitten aan

Vertalingen

zitten aan

(ˈzɪtə(n) an)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zat aan , voltooid deelwoord heeft gezeten aan
zonder toestemming met je hand aanraken Mijn zus vindt het niet zo leuk dat je de hele tijd aan haar zit. Ze zei dat ze nergens aan had gezeten, maar alles stond ergens anders dan eerst.