| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.770.008.398 Bezoekers. |
|
zitten |
0,05 sec. |
|
zitten ww zitten (zat enk ovt; heeft gezeten volt deelw) [ˈzɪtə(n)]
1 op je zitvlak zitten op de grond zitten Ga zitten. 2 op een bepaalde plaats of in een bepaalde toestand zijn;= zijn in de problemen zitten Hij zit een week in Italië. Er zit een wesp in het glas. De sleutels zitten in mijn jaszak. 3 (van kleren) passen Zitten je schoenen lekker? blijven zitten niet naar een hogere klas mogen zitten achter de dader of de reden zijn van Wie zit er achter de aanslag? Ik vertrouw het niet, er moet iets achter zitten. laten zitten in een bepaalde toestand laten Laat (het) zitten, het heeft toch geen zin. Laat maar zitten, ik betaal. iemand laten zitten iemand verlaten die je nodig heeft;= in de steek laten Zijn vriendin heeft hem laten zitten. zitten te (…) bezig zijn te (…) Zit je je weer te vervelen? erop zitten afgelopen zijn De vakantie zit erop. Er zit niets anders op. er is geen andere mogelijkheid Er zit niet anders op dan opnieuw te beginnen. Vertalingen zitten être assis, poser, prétendre à, s'ériger en, sièger, aller [vêtements], être, être en train de, faire (de qc), faire de la taule [prison], s’asseoir zitten يَقْعُد zitten sedět zitten sidde zitten κάθομαι zitten sentarse zitten istua zitten sjediti zitten sedere zitten 座る zitten 앉다 zitten sitte zitten usiąść zitten sentar-se zitten сидеть zitten sitta zitten นั่ง zitten oturmak zitten ngồi zitten 坐 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|