| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.924.621 Bezoekers. |
|
zigzaggen |
0,01 sec. |
|
zigzaggen ww zigzaggen (zigzagde enk ovt; heeft gezigzagd volt deelw) [ˈzɪxsɑxə(n)] vooruitgaan door eerst naar links, dan naar rechts, dan weer naar links, enzovoort te gaan
Een dronken automobilist zigzagde stapvoets over de dijk. Vertalingen zigzaggen im Zickzack gehen, im Zickzack verlaufen zigzaggen zigzag zigzaggen coudre au point zigzag, faire le point zigzag, zigzaguer Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|