zich


Zoekopdrachten gerelateerd aan zich: zich bedenken, zich manifesteren
Thesaurus

zich:

zichzelf
Vertalingen

zich

sichse, si, lui, usurperabsent, acquit, bed, butt in, dissociate, don, epitomize, fluff, get along, habit, kowtow, meddle, occur, punt, put one's foot in one's mouth, query, resolve, wryärèеéהואείναιerEsonjestje (zɪx)
voornaamwoord
<woord waarmee je naar een andere, al genoemde persoon verwijst> Hij heeft zich vergist. Mensen laten zich het gemakkelijkst overtuigen door oudere, blanke mannen met een bril.