| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.759.008.830 Bezoekers. |
|
zeil |
0,01 sec. |
|
zeil zn onz zeil (-en mv) [zɛil]
1 groot wit doek aan de mast van een zeilboot dat de wind moet vangen om te kunnen varen grootzeil 2 waterdicht doek om iets af te dekken een zeil leggen over de nieuwe meubels om die tegen de verfspatten te beschermen 3 harde, vaste vloerbedekking van bijvoorbeeld van vinyl of kurk alle zeilen bijzetten alles doen om iets te laten lukken onder zeil gaan gaan slapen een oogje in het zeil houden opletten of alles goed gaat Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|