zeggenschap

Vertalingen

zeggenschap

autorité, pouvoircontrolcontrolcontrolloконтрольcontroleконтрол控制控制kontrolコントロール컨트롤kontroll (ˈzxə(n)sxɑp)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud
bevoegdheid om ergens over te beslissen ergens geen zeggenschap over hebben