| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.697.213 Bezoekers. |
|
zeggen |
0,03 sec. |
|
zeggen ww zeggen (zei enk ovt; heeft gezegd volt deelw) [ˈzɛxə(n)]
1 met woorden informeren ja zeggen Hij heeft gezegd dat hij morgen zal terugbellen. 2 een bepaalde betekenis hebben Wat wil dat zeggen? Dat zegt niets. Het Burgerlijke Wetboek zegt hierover ... in het Burgerlijk Wetboek staat hierover ... eerlijk gezegd met deze woorden verzacht je een beetje dat je iemand iets onaangenaams gaat zeggen Dat mag je wel zeggen! inderdaad Daar is veel voor te zeggen. dat is een goed idee Ik heb het hier voor het zeggen. ik ben hier de baas Zeg dat wel! inderdaad Net wat je zegt! inderdaad Dat moet ik zeggen. dat moet ik erkennen Wie zal het zeggen? dat weet niemand Laten we zeggen: tien uur. laten we uitgaan van tien uur Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks. hiermee zeg je dat je geen commentaar wil leveren iets niet te hard zeggen iets niet te stellig beweren Zeggen en doen zijn twee. je kunt iets wel zeggen, maar het doen is lastiger Dat zegt heel wat. dat is van grote betekenis Die politicus zegt mij niets. die politicus ken ik niet Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|