zegel

Vertalingen

zegel

(ˈzexəl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
afdruk van een figuur in was of lak die de echtheid van een document bevestigt het pauselijke zegel

zegel

Mark, Marke, Siegelseal, mark, stamp, bullsceau, cachet, timbre, marqueخَتْمpečeťseglσφραγίδαsellosinettipečatsigillo封印도장seglpieczęćselo, lacreпечатьsigillตราประทับmühürcon dấu印章печат (ˈzexəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
bedrukt stukje papier dat een bepaalde geldwaarde uitdrukt en dat je ergens op kunt plakken postzegels spaarzegels