| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.770.078.067 Bezoekers. |
|
zakken |
0,02 sec. |
|
zakken ww zakken (zakte enk ovt; is gezakt volt deelw) [ˈzɑkə(n)]
1 naar beneden gaan;= omlaaggaan;= vallen;= dalen; stijgen; omhooggaan een steen laten zakken 2 minder worden;= lager worden;= dalen; stijgen; hoger worden de temperatuur zakt 3 een examen niet halen;= stralen;= bakken; slagen zakken voor je rijexamen in elkaar zakken (van iemand) bewusteloos of flauw vallen iemand laten zakken ophouden met iemand te steunen Toen ik een aspirine had ingenomen, zakte de kiespijn een beetje. zakken als een baksteen een hele zware onvoldoende voor een examen halen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|