| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.531.043 Bezoekers. |
|
zakelijk |
0,01 sec. |
|
zakelijk bn zakelijk [ˈzakələk]
1 met betrekking tot een bedrijf of zaak;= commercieel; privé zakelijke contacten 2 nuchter en praktisch; emotioneel Laten we deze problemen zakelijk bekijken en niet te emotioneel doen. een zakelijke stijl van leiding geven Vertalingen zakelijk concise zakelijk concis, objectif, avec objectivité, impersonnel/-elle, impersonnellement, objectif/-ive, précis, qui concerne les affaires, rationnel, rationnellement, sur le plan des affaires, réel/réelle Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|