zakdoek

Vertalingen

zakdoek

Taschentuchhandkerchiefmouchoirpañueloمِنْدِيلkapesníklommetørklædeμαντήλιnenäliinarupčićfazzolettoハンカチ손수건lommetørklechusteczkalençoносовой платокnäsdukผ้าเช็ดหน้าmendilkhăn mùi xoa手绢, 手帕手帕ממחטה (ˈzɑgduk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
kleine vierkante doek om je neus in te snuiten of je tranen mee af te drogen een pakje papieren zakdoekjes een knoop in je zakdoek leggen zodat je iets niet vergeet
bepaald kinderspel in een kring