zak

Vertalingen

zak

Tasche, Behälter, Besteck, Krug, Sackpocket, bag, sack, arsehole, bastard, box, container, jug, son‐of‐a‐bitch, vesselpoche, sac, bac, baquet, con, sachetsakجيب, جُوَالِق, جَيْب, حَقِيبَةbutxacakapsa, pytel, taškalomme, sæk, taskeτσέπη, βαλάντιο, θυλάκιο, σακί, τσάνταpoŝobolsa, bolsillo, sacotasku, laukku, säkkiכיסzsebsakuvasitasca, sacco, astuccio, cartoccio, sacchetto, borsaポケット, 懐中, かばん, 大袋호주머니, 가방, 부대, 주머니kabatalomme, pose, sekkkieszeń, torba, worekbolsa, bolso, algibeira, sacobuzunarкарман, мешок, сумкаžepficka, säck, väska口袋, 衣袋, 袋子, 麻袋džep, torba, vrećaกระเป๋า, กระเป๋า ถุง, กระสอบcep, çuval, torbabao tải, túi (zɑk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
1. buigzaam voorwerp van soepel materiaal als stof, papier of plastic, dat op één zijde na, gesloten is en waar je dingen in kunt opbergen een zak aardappelen suikerzakje
de zak waarin Sinterklaas alle cadeautjes heeft
iemand een stevige straf geven
erg verdrietig of teleurgesteld zijn
iemand ontslaan
in de gevangenis zitten
2. soepele opbergplaats in kledingstukken broekzakken met je handen in je zak
veel beter zijn dan iemand
die opmerking is voor jou bedoeld.
geen geld bij je hebben
3. mannelijk geslachtsdeel waar de zaadballen in zitten jeuk aan je zak hebben
4. nare man ouwe zak
5. er niets van begrijpen
het saai vinden