zaal

Vertalingen

zaal

Aula, Salon, Sattellounge, parlour, salon, saddle, sitting‐room, hall, roomselle, salle, salon, enceintenegozio da parrucchiere, salotto (zal)
zelfstandig naamwoord meervoud zalen
1. grote overdekte ruimte theaterzaal sportzaal
in een ziekenhuis met meerdere patiënten in één vertrek liggen
theaterzaal of sportzaal waarvan alle plaatsen zijn verkocht
2. de mensen die zich in een zaal (1) bevinden De zaal klapte uitbundig.
veel publiek trekken
de band maakte het publiek laaiend enthousiast