zaak

Vertalingen

zaak

Angelegenheit, Butike, Ding, Fall, Geschäft, Kramladen, Laden, Sache, Werkaffair, boutique, business, case, matter, shop, businessdeal, store, company, pleaaffaire, chose, magasin, boutique, cause, cas, objet, question, boîte, dossierasunto, causa, cosaaffare, astuccio, decadimento, tasca, valigia, questioneشَأْنzáležitostaffæreυπόθεσηtapahtumastvar事柄affæresprawaassuntoделоaffärสถานการณ์ที่ได้รับการจัดการolayvấn đề事务 (zak)
zelfstandig naamwoord meervoud zaken
1. ding Je zaakjes bij elkaar rapen. tafels, stoelen, krukken en meer van dat soort zaken
2. iets wat besproken wordt het ministerie van Binnenlandse Zaken
daar beslis ik alleen over, dat gaat alleen mij aan
dat is niet zo bijzonder of goed
dat doe ik voor het algemeen belang en niet om er zelf beter van te worden
3. bedrijf een eigen zaak beginnen
als je handel drijft is winst het belangrijkste
eerst moet je je plicht doen, daarna mag je plezier maken
een winstgevende transactie sluiten