Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
3.899.177.966 Bezoekers.
forum Join the Word of the Day Mailing List For webmasters
?
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνικά
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

zij

0,01 sec.
zij1
zn zij (-den mv) [zɛi] zijkant van je lichaam
steken in je zij voelen als je hardgelopen hebt

zij2
vnw zij [zɛi]
1 dit zeg je als je het over een vrouw hebt;= ze
Zij heeft het hele stuk in haar eentje gereden.
2 dit zeg je als je het over twee of meer mensen of dingen hebt;= ze
Zij hebben twee kinderen.
De meeste van mijn collega's hebben geen auto. Zij komen altijd op de fiets.
Vertalingen
zij her, she, side, silk, they
zij côté, elle, elles, flanc, ils, soie, ils/elles, eux
zij he, hän
zij one, oni, ona
zij вони
zij henne, de, hun
zij seta, lei, loro
zij ona, oni
zij de, hun
zij ona, oni
zij 彼らは, 彼女は
zij 그 여자, 그들
zij ela, eles
zij de, hon
zij เธอ, พวกเขาทั้งหลาย
zij o, onlar
zij cô ấy, họ
zij 他们,
zij 他們


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
Feedback
 Woord Browser:
?

Voorwaarden voor gebruik | Privacy policy | Feedback | Adverteer bij ons | Copyright © 2012 Farlex, Inc.
Disclaimer
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel.