wreken

Vertalingen

wreken

rächenavenge, avengeoneselfvenger (ˈvrekə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd wreekte , voltooid deelwoord heeft gewroken
iemand straffen om het onrecht dat hij of zij je heeft aangedaan Hij wil de moord op zijn ouders wreken. je wreken op iemand