| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.899.176.095 Bezoekers. |
wortel |
0,01 sec. |
|
|
wortel zn m wortel (-s mv) [wɔrtəl]
1 onderste deel van planten waarmee deze in de grond staan en daar water en voeding uit halen boomwortels 2 oranje wortel (1) van een bepaalde plant die je rauw of gekookt kan eten;= peen Vanavond eten we kabeljauw met worteltjes. 3 deel waarmee iets ergens in vastgehecht is de wortel van een kies haarwortel 4 getal dat je met zichzelf moet vermenigvuldigen om het getal te krijgen dat onder het √-teken staat de wortel uit 16 is 4 (√16=4) ergens wortel schieten je ergens thuis voelen en er lang blijven wonen Ik heb mijn wortels in Amsterdam. ik ben geboren en opgegroeid in Amsterdam Vertalingen wortel carrot, root, square root wortel wortel wortel корен wortel arrel wortel kořen, mrkev wortel juuri, porkkana wortel שורש wortel korijen, mrkva wortel gyökér wortel akar wortel rót wortel radice, carota, carota corta wortel 根, ニンジン wortel 뿌리, 당근 wortel sakne, saknes wortel koreň wortel korenina wortel rötter, morot wortel mizizi, mzizi wortel корені, корінь wortel جزر wortel gulerod wortel gulrot wortel морковь wortel แครอท wortel củ cà rốt wortel 根 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|