Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
3.899.173.976 Bezoekers.
forum Join the Word of the Day Mailing List For webmasters
?
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνικά
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

wonen

0,03 sec.
wonen
ww wonen (woonde enk ovt; heeft gewoond volt deelw) [wonə(n)] ergens je huis, appartement of etage hebben en daar permanent leven;= gehuisvest zijn
in Amsterdam wonen
klein wonen
een kleine woning hebbenop stand wonen
in een deftige buurt wonenop jezelf gaan wonen
uit het ouderlijk huis gaan en in een eigen woning gaan leven
Thesaurus
wonen: woon
Vertalingen
wonen hausen, wohnen
wonen dwell, live
wonen vivir
wonen habitar
wonen vivere
wonen жить
wonen يعيش
wonen žít


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
Feedback
 Woord Browser:
?

Voorwaarden voor gebruik | Privacy policy | Feedback | Adverteer bij ons | Copyright © 2012 Farlex, Inc.
Disclaimer
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel.