wit

Vertalingen

wit

weiß, Ziel, Zweckwhite, goal, purpose, aim, target, blankblanc, but, dessein, blanc/blancheάσπρο, άσπρος, λευκό, λευκόςblancoбелыйproposito, scopo, stolto, traguardo, biancoأَبْيَضbílýhvidvalkoinenbijeli白いhvitbiałybrancovitสีขาวbeyaztrắng白的לבן (wɪt)
bijvoeglijk naamwoord
1. zwart met de kleur van verse sneeuw de bruid droeg een witte jurk witte wijn
een kerst met sneeuw
niet helder wit
hoger administratief personeel
een half gesneden witbrood
2. zonder kleur Je ziet wit, ben je ziek?
3. zwart toegestaan door de wet wit werk