| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.899.166.942 Bezoekers. |
wippen |
0,03 sec. |
|
|
wippen ww wippen (wipte enk ovt; heeft gewipt volt deelw) [ˈwɪpə(n)]
1 op een wip (1) spelen Wil je schommelen of wippen? 2 heen en weer bewegen;= wiebelen De mees wipte van de ene tak naar de andere. 3 je stoel op de twee achterste poten laten wiebelen terwijl je erop zit De mees wipte van de ene tak naar de andere. 4 geslachtsgemeenschap hebben 5 (iets) ergens met een snelle beweging uitlichten de toetsen voorzichtig uit het toestenbord wippen even bij iemand naar binnen wippen iemand een kort bezoek brengen Vertalingen wippen fällen wippen abattre, baiser, basculer, faire tomber, branler, faire de la balançoire, sautiller, se balancer Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|