wij

Vertalingen

wij

wir, uns, unserwe, usnous, onnosotrosмыnoi, noi altriنَحْنُmyviεμείςmemi私たちは우리vimynósviพวกเราbizchúng ta我们我們 (wɛi)
voornaamwoord
<het onderwerp in de zin als je over jezelf en andere mensen praat> Wij fietsen.