wiel

Vertalingen

wiel

Radwheelroueruedaколесоruotaعَجَلَةkolohjulτροχόςpyöräkotač車輪바퀴hjulkołorodahjulพวงมาลัยtekerlekbánh xe轮子, колелоגלגל (wil)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
ronde schijf die aan een as draait en over de grond rijdt, bijvoorbeeld van een auto of fiets een stoel op wieltjes
iemand hinderen
(van iemand) overbodig
iets bedenken wat een ander al heeft bedacht