werkweek

Vertalingen

werkweek

(ˈwɛrkwek)
zelfstandig naamwoord meervoud -weken
1. aantal dagen dat je per week werkt een vijfdaagse werkweek
2. week dat leerlingen aan een project werken, vaak buiten school De zesde klas van het gymnasium gaat op werkweek naar Rome of Athene.