| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.095.980 Bezoekers. |
|
werk |
0,02 sec. |
|
werk zn onz werk (-en mv) [wɛrk]
1 g.mv. mv keer dat je werkt;= arbeid;= baan Tijdens het werk mag niet gerookt worden. Is je werk af? Het is veel werk. Hij heeft plezier in zijn werk. werk zoeken Na een korte pauze ging hij weer aan het werk. zwartwerk werkvloer 2 g.mv. mv plaats waar je werkt Het was druk op het werk. Ik ga altijd met de auto naar mijn werk. 3 kunstvoorwerp of boek het verzameld werk van Shakespeare een vroeg werk van Picasso het vuile werk het onaangename, lastige werk Ik moet altijd het vuile werk opknappen! te werk gaan handelen Om zijn doel te bereiken ging hij heel voorzichtig te werk. alles in het werk stellen om (...) heel veel moeite doen om (...) De politie stelt alles in het werk om de dader te vinden. werk van iets of iemand maken veel tijd en moeite besteden aan iets of iemand Hij maakte veel werk van zijn brief. Er is (veel) werk aan de winkel. er is veel te doen in zijn werk gaan gedaan worden of gebeuren Hoe gaat het klonen precies in zijn werk? Thesaurus werk: werkgelegenheid Vertalingen werk œuvre, ouvrage, travail, occupation, oeuvre, réalisation, boulot, création, composition, façon werk trabajo werk lavoro, posizione, professione, quesito werk عمل werk práce werk arbejde werk työ werk rad werk 労働 werk 일 werk arbeid werk praca werk trabalho werk работа werk arbete werk การงาน werk iş werk công việc werk 工作 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|