wens

Thesaurus

wens:

wil
Vertalingen

wens

Wunsch, Begehr, Lustwish, want, desire, willdésir, souhait, voeu, grévolere, vuole, desiderioأُمْنِيَّةpřáníønskeευχήdeseotoiveželja願い소원ønskeżyczeniedesejoжеланиеönskanความต้องการdilekđiều ước愿望 (wɛns)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. iets wat je heel graag wilt een wens hebben/koesteren een wens uiten/uitspreken Het was zijn wens om ooit eens in een luchtballon te vliegen.
zoals je het wilt De ober vroeg of alles naar wens was.
2. woord waarmee je iemand feliciteert of zegt te hopen dat het goed met hem of haar zal gaan De beste wensen voor het nieuwe jaar!