wenk

Vertalingen

wenk

Abzeichen, Anzeichen, Kennzeichen, Merkzeichen, Wink, Zeichencharacter, mark, sign, signal, suggestion, tokensigne, témoignage, indication (wɛŋk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. beweging met je hoofd, handen, ogen enz. om iemand iets duidelijk te maken Hij deed alsof hij haar wenk niet gezien had.
meteen doen wat hij of zij vraagt We werden op onze wenken bediend: de volgende dag scheen de zon.
2. waarschuwing of raad enkele praktische wenken voor de verzorging van zangvogels taalwenk
iets wat je op een indirecte manier probeert duidelijk te maken Ze verscheen met een vriend op de afspraak. Was het een stille wenk?