weinig

Vertalingen

weinig

('wɛinəx)
zelfstandig naamwoord onzijdig
een beetje Klop het eiwit stijf met een snuifje zout en een weinig suiker.

weinig

('wɛinəx)
bijwoord
1. veelerg niet veel, bijna niet of niet Ik slaap weinig. Ik vind het weinig origineel.
2. vaakdikwijls niet vaak Hij is weinig thuis.

weinig

wenigfew, littlepeu (de), peu de, peu, maigrement, court, médiocrementalquanti, pocaмалкоpoucoмалоmálo ('wɛinəx)
telwoord
veeltalrijk een klein aantal of een kleine hoeveelheid Er was weinig belangstelling voor zijn nieuwe film. Er zijn weinig mensen.