wei

Thesaurus
Vertalingen

wei

(wɛi)
zelfstandig naamwoord meervoud -den

weide

Anger, Aue, Molken, Senne, Trift, Weide, Wiese, Molkemeadow, serum, wheypetit-lait, pâturage, pâture, prairie, préserwatkaсывороткаWeiWeiWeiوي ('wɛidə)
zelfstandig naamwoord meervoud -n, -s
agrarisch veld met gras waar dieren grazen Koeien grazen in de wei.