weg

Vertalingen

weg

(wɛx)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. transport lang en smal stuk grond voor verkeer een weg aanleggen De weg loopt dwars door het stadje.
iets in het openbaar doen en zo aandacht krijgen Het bedrijf timmert al jaren aan de weg.
2. richting waarin je moet gaan In het donker raakte ik de weg kwijt. Kunt u mij de weg naar het dichtstbijzijnde tankstation wijzen? Op weg naar huis begon het te regenen. onderweg terugweg
iemand helpen om iets te beginnen Het document helpt je een eind op weg bij het gebruik van deze website.
iets vragen wat je al weet
zo dat je er niet langs kunt Hé, ga eens opzij, je staat in de weg.
nog ver moeten lopen of veel moeten doen om iets te bereiken De trainer zei dat zijn ploeg nog een lange weg te gaan heeft.
iets of iemand mijden of vermijden Hij gaat discussies het liefst uit de weg.
iemand doden Politieke tegenstanders liet hij uit de weg ruimen.
iets oplossen of laten verdwijnen, zodat je er geen last meer van hebt In het gesprek werden enkele misverstanden uit de weg geruimd.

weg

weg, ab, Bahn, Chaussee, dahin, fort, heraus, hinweg, Mittel, Strecke, Straßeroad, away, way, means, remedy, resources, route, absent, avenueroute, chemin, loin, remède, ressource, voie, moyen, disparu, fou/fol/folle, parti, bitume, circuit, sentier, rangerδρόμος, μακριά, οδόςcamino, remedio, ruta, carretera, en su sitio, fuera, poner en ordenav, bort, vei, vekkvia, afastar, arrumar, estrada, longe, rodoviacammino, contrada, strada di campagna, a posto, strada, viaبَعِيداً, طَرِيق, في مَكَانِهِpryč, silnicevæk, vejpois, tiecesta, dalje, pospremitiしまって, 道路, 離れて길, 다른 데(로), 떨어져daleko, droga, nie tłumaczy się na język polski (tworzy angielski czasownik frazowy oznaczający oddalanie się czegoś)дорога, отсюда, прочьborta, undan, vägในที่อื่น, ไปที่อื่น, ถนนkaldırmak, uzakta, yolchỗ khác, con đường, ra xa在远处, 在适当的地方, 道路 (wɛx)
bijwoord
1. verdwenen of niet aanwezig Toen ik op het feest aankwam, was het bruidspaar al weg. Al mijn juwelen zijn weg! De honderddertig gezinnen die er nu wonen, moeten weg. Hij woont ver weg. Weg met de bureaucratie!
2. heel erg lijken op iets of iemand Het verhaal heeft veel weg van een sprookje.