| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.685.747 Bezoekers. |
|
water |
0,04 sec. |
|
water zn onz water (-en, -s mv) ['watər]
1 g.mv. mv vloeistof die in pure toestand geen kleur of smaak heeft, en een groot deel van de aarde bedekt Heb je geen warm water? Ik zet de bloemen even in het water. een glas water onder water zwemmen Door de overstroming stond de hele kelder onder water. de elementen vuur, water, aarde en lucht 2 rivier, meer, kanaal enz. We wonen aan het water. water en vuur zijn elkaar niet kunnen uitstaan of vijanden van elkaar zijn Die twee zijn water en vuur. water bij de wijn doen minder hoge eisen stellen, wat toegeven Het water loopt me in de mond. dit zeg je als je aan lekker eten denkt in het water vallen (van een plan) mislukken, niet doorgaan Door het slechte weer is de picknick in het water gevallen. boven water komen tevoorschijn komen;= opduiken Niet alle zoekgeraakte documenten zijn boven water gekomen. van het zuiverste water dit zeg je van iets dat of iemand die heel goed is in zijn of haar soort Het is een oplichter van het zuiverste water. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|