| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.648.154 Bezoekers. |
|
wassen |
0,02 sec. |
|
wassen ww wassen (waste enk ovt) ['wɑsə(n)]
1 (heeft gewassen volt deelw) (kleren, iemand, een auto enz. ) schoonmaken met water Heb je je handen gewassen? Ik heb me al twee dagen niet gewassen. 2 (is gewassen volt deelw) groter of meer worden;= groeien wassend water water waarvan het peil hoger wordt, als het vloed is of bij een overstroming flink uit de kluiten gewassen zijn groot, flink in zijn soort zijn een flink uit de kluiten gewassen jongen Vertalingen wassen abbeuchen, anwachsen, aufgehen, baden, gedeihen, mengen, mischen, sich erheben, spülen, steigen, wachsen, waschen, sich waschen wassen accrue, arise, ascend, bathe, blend, getup, goup, grow, lift, mingle, mix, rise, shuffle, wash, wax wassen augmenter, baigner, croître, grandir, laver, mélanger, mêler, retourner, s'accroître, se soulever, de cire, nettoyer, rincer wassen lavar wassen мыть wassen يَغْسِل wassen umýt (se) wassen vaske wassen πλένω wassen pestä wassen prati wassen 洗う wassen 씻다 wassen vaske wassen lavar wassen tvätta wassen ล้างออกไป wassen yıkamak wassen rửa wassen 洗涤 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|