| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.783.304 Bezoekers. |
|
was |
0,01 sec. |
|
was m, o was (-sen mv) [wɑs] zachte, vette stof waarvan bijvoorbeeld kaarsen gemaakt zijn of waarmee je boent bijenwas Elke maand zet hij zijn auto in de was. als was in iemands handen zijn alles doen wat iemand zegt, zonder je te verzetten goed in de slappe was zitten veel geld hebben zn m was [wɑs] ( mv)
1 keer dat je kleren wast de was doen Ik moet nog een was draaien. handwas 2 kleren, handdoeken enz. die gewassen (moeten) worden of net gewassen zijn;= wasgoed wasmand wasrek de vuile was buiten hangen de problemen in je familie of op je werk openbaar maken Thesaurus was: wasgoed Vertalingen was prádlo, vosk was vasketøj, voks was pyykki, vaha was pranje, vosak was 洗濯物, 蝋 was 밀랍, 세탁 was tvätt, vax was การซักเสื้อผ้า, ขี้ผึ้ง was quần áo giặt, sáp ong Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|