war

Vertalingen

war

confusion, disorderdésordre战争válkaالحربKriegπόλεμοςвойна戰爭guerra戦争войнаสงครามkrigguerraמלחמהguerra전쟁 (wɑr)
zelfstandig naamwoord meervoud
verward, verstrooid of verstoord Je bent in de war: vandaag is het donderdag, niet vrijdag. De man was in de war en is voor behandeling in het ziekenhuis opgenomen. Je haar zit in de war. Een loslopende hond stuurde de wedstrijd in de war.
verstoren De ziekte schopte haar toekomstplannen danig in de war.