want

Vertalingen

want

(wɑnt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
kledingstuk voor de hand met een aparte ruimte voor de duim ovenwant

want

da, denn, Muffe, Takelwerk, weil, Fausthandschuhas, for, mitten, because, since, shroudcar, moufle, comme, parce que, mitaine, attendu que, puisque, vu que, manoeuvres (dormantes), manoeuvres, gantobenque, mitónقَفَّازٌ بِدُونِ أَصَابِعٍpalčákvanteγάντι χωρίς δάχτυλαlapanenrukavicamuffolaミトン벙어리 장갑vottrękawica jednopalcowaluva, mitene, porqueварежкаvanteถุงมือแบบมีสี่นิ้วรวมกันแต่นิ้วโป้งแยกออกparmaksız eldivengăng tay hở ngón连指手套, 因为защото因為 (wɑnt)
voegwoord
<na dit woord noem je de reden> Ik ga niet naar buiten, want het regent.