wakker

Vertalingen

wakker

wach, aufgeweckt, flink, frisch, gewandt, hurtig, munterawake, adroit, agile, alert, brisk, keenéveillé, actif, vif, vigilant, alerte, (r)éveillé, hardimentdesperto, acordadodestare, sveglioمُسْتَيْقِظprobuzenývågenξύπνιοςdespiertohereillä olevabudan眠らずに깨어 있는våkenprzebudzonyбодрствующийvakenตื่นuyanıkthức醒着的 ('wɑkər)
bijvoeglijk naamwoord
slapendin slaap als je niet slaapt Ik ben nog niet helemaal wakker. wakker worden Voor zoiets mag je me altijd wakker maken.
je zorgen maken over iets Daar lig ik niet wakker van.