waggelen

(doorverwezen van waggelde)
Vertalingen

waggelen

zögern, taumeln, wackeln, zagen, zaudernwaver, hesitatebarguigner, hésiter, tituber, vaciller, dandiner: se dandiner, chancelerbarcollare, ondeggiamento, svolazzare, vertere ('wɑxələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd waggelde , voltooid deelwoord heeft gewaggeld
lopen waarbij je van links naar rechts beweegt De eendjes waggelden achter hun moeder aan.