| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.899.089.454 Bezoekers. |
wacht |
0,01 sec. |
|
|
wacht zn wacht (-en mv) [wɑxt] 1 g.mv. mv keer dat je iets bewaakt;= bewaking op wacht staan Twee soldaten hielden de wacht bij de poort. 2 personen die voor de wacht (1) zorgen;= wachten;= bewakers de wacht aflossen de wisseling van de wacht burgerwacht iets in de wacht slepen iets bemachtigen, meestal na een inspanning en ten koste van iemand anders De film heeft twee Oscars in de wacht gesleept. de wacht aanzeggen dwingen te stoppen of zich anders te gedragen De renner is door zijn team de wacht aangezegd. iemand in de wacht zetten iemand met wie je telefoneert laten wachten zodat je een ander telefoongesprek kunt voeren zn m wacht [wɑxt] (-en mv) iemand die iets bewaakt;= wachter;= bewaker
De wachten voor het paleis kijken strak voor zich uit. schildwacht Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|