waarop

Vertalingen

waarop

wonach, worininwhich, uponwhich, whereindont, à quoi, lesquels/lesquelles, sur lequel/laquelle, sur quoi, qual (war'ɔp)
bijwoord
1. op wat(?) Waar baseer je dat op? De stoel waarop je zit, is niet stevig.
2. na wat Ik begon te lachen, waarop hij kwaad wegliep.