waarnemen

Vertalingen

waarnemen

auffassen, beaufsichtigen, beobachten, betrachten, perzipieren, vervolgen, wahrnehmen, gaumenfind, keep, makeuseof, mind, notice, observe, perceive, turntogoodaccount, utilize, observationobserver, percevoir, saisir, discerner, apercevoir, assurer ('warnemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam waar , voltooid deelwoord heeft waargenomen
1. zien, horen, ruiken of voelen Toen ik de koelkast opende, nam ik een vieze geur waar.
2. (een taak) tijdelijk vervullen in iemands plaats Is er iemand die kan waarnemen tijdens haar zwangerschap? waarnemen voor iemand waarnemend burgemeester