waarheid

Vertalingen

waarheid

Wahrheittruth, realityvéritéαλήθειαverdadحَقِيقَةpravdasandhedtotuusistinaverità事実진실sannhetprawdaverdadeистинаsanningความจริงgerçeksự thật真理真理האמת ('warhɛit)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -heden
leugen woorden die waar (2) zijn de waarheid vertellen/zeggen naar waarheid antwoorden
iets wat vanzelfsprekend is, wat iedereen weet
woorden die niet helemaal waar zijn of niet de hele waarheid vertellen
noch het een noch het ander is helemaal waar
het beslissende moment Het uur van de waarheid is aangebroken voor het Nederlandse elftal.