waar

Vertalingen

waar

(war)
zelfstandig naamwoord meervoud waren
handel goederen om te verkopen warenhuis
goede kwaliteit krijgen voor wat je betaalt

waar

(war)
bijvoeglijk naamwoord
onwaarvals (van iets wat je zegt of denkt) zoals het in werkelijkheid is Is het waar dat je spinazie niet mag opwarmen? Pas later begreep hij de ware reden van haar bezoek.

waar

(war)
bijwoord
op welke plaats? Waar zullen we afspreken? Ik weet niet waar mijn sleutels zijn.

waar

wahr, wo, Ware, authentisch, echt, glaubhaft, recht, urkundlich, wahrhaft, wert, woselbst, würdigtrue, where, authentic, deserving, merchandise, worthy, commodity, genuine, wares, goods, produce, realvrai, , marchandise, denrée, produit, réel, véritable, comme, , puisque, bon/bonne, vraieverdadero, cierto, mercancía, donde, dóndevero, meritevole, doveverethật, thực, ở đâu, ở nơi màαληθής, αληθινός, όπου, πούأَيْنَ, حَقِيقِيّ, حَيْثُkam, kde, pravdivýhvor, sandmissä, tosigdje, istinito・・・する所に, どこに, 本当の...하는 곳에, 어디에, 진실한der, sanngdzie, prawdziwyonde, verdadeiroгде, истинныйdär, sant, varในที่ซึ่ง, ที่เป็นเรื่องจริง, ที่ไหนgerçek, nerede什么地方, 在...地方, 真实的היכן (war)
voegwoord
<als uitdrukking van een lichte tegenstelling> Het aantal verkochte laptops bedraagt 16 miljoen stuks, waar het vorig jaar nog 11 miljoen was.