waanzinnig

Vertalingen

waanzinnig

(wan'zɪnəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. medisch lijdend aan waanzin (1) Hij stierf waanzinnig, door een onbehandelde syfilis.
2. heel raar, overdreven of geweldig goed waanzinnige bedragen Wat een waanzinnig boek, ik vond het jammer toen ik het uit had!

waanzinnig

irre, toll, verrückt, wahnsinnigmad, crazy, insane, nutsaberrant, fou, agité, aliéné, follement, insensé (wan'zɪnəx)
bijwoord
heel of overdreven waanzinnig hoge prijzen